In 2014 wordt het spel waarschijnlijk weer opgevoerd

in 's-Hertogenbosch

 

   

----- INNSBRUCKER PAASSPEL (of Thueringer Paasspel) -

Dit spel uit 1391 is als origineel bewaard gebleven en bevindt zich in de bibliotheek van Innsbruck.

Bekend door zijn volledigheid bevat het alle scènes welke voorkomen in andere, minder uitgebreide, middeleeuwse paasspelen.

Het spel duurt circa 90 minuten , waarvan ongeveer de helft bestaat uit solo en koorzang.

Daar waar het verhaal van de Mattheus Passion van J.S.Bach eindigt, begint dit paasspel:

Meer over paasspelen in de middeleeuwenMeer

----- KORTE INHOUD -

Het gerucht dat Jezus van Nazareth op zal staan uit de dood bereikt Pontius Pilatus en de joodse priesters.

Zij laten het graf bewaken door soldaten.

De engelen verschijnen, Christus staat op uit het graf en gaat naar de poort van de hel.

Vergeefs willen Lucifer en duivels voorkomen dat de verdrevenen verlost worden.

Zoektocht naar nieuwe verdoemde zielen door de duivels.

Verdrietig zijn Maria's onderweg naar het graf om het lichaam te kunnen balsemen.

Op een middeleeuws plein verschijnt een marskramer met kornuiten ,humor, leugen en bedrog of mysterie?

De Maria's kopen olie om het lichaam te zalven.

Maria's ontdekken dat het graf leeg is. Van de engelen vernemen zij dat Christus is opgestaan.

Christus verschijnt aan Maria Magdalena. Later zal ook Thomas hem zien en het geloven.

De apostelen delen mee in de vreugde.

Juichend wordt de bevrijdende boodschap verspreid.

----- BEWERKING -

De bewerking tracht zoveel mogelijk de authentieke sfeer te volgen.
Zo is alles op rijm gezet, hetgeen in het oorspronkelijk en andere middeleeuwse spelen gebruikelijk was.
Ook is voor een archaïsch aandoend taalgebruik gekozen.
De woordkeus geeft een gevoel dat het oud nederlands is. Wel is zodanig geformuleerd,
dat het gesprokene in onze tijd goed te begrijpen is. De strekking van de inhoud blijft gehandhaafd.

----- ROLLEN -

Meesterzanger
Pontius Pilatus
Confides, een vertrouweling van Pontius Pilatus
Kaifas, Hogepriester
Annas, Hogepriester
Dormus, Soldaat uit het garnizoen van Pontius Pilatus
Stupilus, Soldaat uit het garnizoen van Pontius Pilatus
Engelen
Christus
Lucifer
Satana, duivel

Satani, duivel (s)
Adam & Eva
Zeven zielen: Bakker, Schoenlapper, Kapelaan, Dokter, Slager, Snijder, 7e ziel
Maria-Magdalena
Maria-Jacobena
Maria-Salomena
Marskramer
Truida, de vrouw van de marskramer
Robijn, de knecht van de marskramer
Lasterbalk, de knecht van Robijn
Thomas
Petrus
Johannes

 

 

Email

 

 

Foto's voorstellingen

door " Kompany De Driestroom "

 
Lucifer en duivels
(Ga met muis over foto voor diashow)

Spoedig meer foto's

 

Echt noodzakelijk om te reserveren! - Email

vraag om leesbevestiging

In 2014 wordt het spel waarscijnlijk weer opgevoerd


Het kan zijn dat deze bewerking dan door meerdere gezelscha
ppen zal worden gespeeld.
Zodra dit bekend is wordt het op deze pagina vermeld.

 

Pontius Pilatus

Kaifas

Ziel

Apostel

Het Paasspel in deze nieuwe bewerking werd in maart 2008 voor het eerst gespeeld. Hierboven enkele foto's van costuums.

 

Tekst: Pim van Lonkhuizen xxxxxx Meer over de bewerkingMeer over bewerking

Regie: Hanny Smulders

Zangbegeleiding: Annemien van den Dool

Muzikale leiding: Jan Busschers

Kleding: Bep van Alphen

Artistieke adviezen: Monique van den Boomen, Peter van Santvoort

Een aantal liederen zijn in het verleden gecomponeerd voor een andere bewerking door

Leonard van Goudoever met teksten van Aart de Goes van Naters

 

Contact

In 2014 wordt het spel waarschijnlijk weer opgevoerd

in 's-Hertogenbosch

 

Enkele van ons spelen ook in een middeleeuws
Kerstspel
Kerstspel

Klik hierMeer over het Kerstspel voor meer informatie over dit Kerstspel

Voorstelling Clippe ende Cclaere

en tevens in de

middeleeuwse voorstelling

Voorstelling Clippe ende Cclaere Voorstelling Clippe ende Cclaere

Voorstelling Clippe ende Cclaere

Klik hierMeer over de voorstelling Clippe ende Claere voor meer informatie over deze voorstelling

 

 

 

 

 

 

I
N
N
S
B
R
U
C
K
E
R

P
A
A
S
S
P
E
L

 

 

I
N
N
S
B
R
U
C
K
E
R

P
A
A
S
S
P
E
L

 

 

I
N
N
S
B
R
U
C
K
E
R

P
A
A
S
S
P
E
L

 

 

I
N
N
S
B
R
U
C
K
E
R

P
A
A
S
S
P
E
L

 

MEER OVER MIDDELEEUWSE PAASSPELEN ~~~~

Bronnen o.a.
"Nu hoort wat men u spelen zal - Theater in de middeleeuwen" - Johan Nowé ------ "Das Innsbrucker Osterspiel, das Osterspiel von Muri" - Rudolf Meier --------
" Europees toneel van middeleeuwen naar renaissance" - M. Gosman ------ "Weihnachtsspiele aus altem Volkstum. Die Oberuferer Spiele" - Karl J. Schröer und R. Steiner
---------
Toneelstuk "De vraag van Pilatus" - Johannes Heymann Matwich ------ "Symbolen en allegorieen" - Matilde Battistini , vert Paul van Calster ------
" De Beeldtaal van de Christelijke Kunst ,geschiedenis van de iconografie" - Jan van Laarhoven

 

 

----- SPELEN in de MIDDELEEUWEN -

Al in de vroege middeleeuwen is de behoefte ontstaan om in de kerk de liturgie meer aanschouwelijk te maken. Aanvankelijk werden tijdens bijzondere vieringen, meestal door priesters, de personages uit de evangeliën al zingend uitgebeeld. Later werden taferelen uit een evangelie als een kleine voorstelling in de liturgie ingebed. Zo zijn er in heel Europa allerlei spelen ontstaan welke op den duur vrijer werden van de liturgie en later ook als zelfstandig theater een eigen leven konden gaan leiden. Deze spelen werden steeds verder uitgebreid en soms ook platter, zodanig zelfs dat ze vaak uit de kerken geweerd werden. Van een aantal van deze spelen zijn teksten , geheel of gedeeltelijk, bewaard gebleven.Door uitbreiding en vermenging met wereldlijke elementen groeide het liturgisch drama uit tot het geestelijk drama, dat in vele vormen voorkwam.
Zoals kerstspelen, spelen over driekoningen,Marialegende, heiligen, wonderen, moraliteiten, mirakelspelen, parabels, profetenspel - mysteriespelen, passiespelen, en paasspelen.

 
 

----- LITURGISCH PAASDRAMA -

De oudst bekende voorloper van de paasspelen is omstreeks 930 ontstaan in de abdij van Limoges. .De tekst komt niet uit de bijbel maar vertelt het verhaal van de 3 vrouwen die het graf van de Heiland bezoeken. Het graf is leeg en een engel spreekt tot hen. Het gaat hier nog niet over een opvoering maar om liederen welke door 2 koorhelften in dialoogvorm, nog in het latijn, worden gezongen (gregoriaans). De oudst bekende opvoering met rolaanduiding komt uit het Engelse Winchester (ca. 970). In deze tekst worden regieaanwijzigingen gegeven en er is aandacht voor illusiescheppende aspecten. Dit " theaterstuk" was echter nog onderdeel van de liturgie. Men noemde het
"Visitatio Sepulchri" (Grafbezoek van de drie heilige vrouwenMeer over de drie Maria's).
In teksten van ongeveer 100 jaar later ( o.a. trope uit Augsburg en de paastrope van Utrecht ) komt er een scène bij . De komst van de apostelen naar het graf, welke zich willen overtuigen van de opstanding. ( Wedren der Discipelen of Jüngerlauf ) . Weer wat later is er in o.a. Nurenberg en Fleury wederom een scène bij gekomen : Christus verschijnt in de gedaante van tuinier aan Maria Magdalena. Dergelijke visitatio's in de vorm van een viering (of feier , Osterfeier ) werden nog eeuwenlang overal in Europa behouden.

 
 

----- CARMINA BURANA -

Waarschijnlijk omdat er meer scènes bij kwamen begon men eind 12e eeuw een autonoom paasspel op te voeren buiten de eredienst om. Alles ging echter nog steeds in het latijn. In de abdij van Benedictbeuern werd een spel fragmentarisch overgeleverd als onderdeel van de Carmina Burana (vagantenpoëzie).Een volledig bewaard spel uit Klosterneuburg stamt uit begin 13e eeuw. Behalve de scènes van de paasvieringMeer over Pontius Pilatus komen er ook scènes bij van de wachters bij het graf, de verrijzenisMeer over Pontius Pilatus, de nederdaling naar de helMeer over Pontius Pilatus, en de koop van balsem door de 3 vrouwen. Ook een paasspel uit Egmond ( Ludens Paschalis ) is bewaard gebleven . Ook hier worden de teksten in het gregoriaans gezongen. Aanwijzingen duiden op een grotere wens naar realisme.
Evenals bij het paasspel van Maastricht wordt hier over de zangwijze vermeld o.a. :
voce devote - eerbiedig , submissa - omfloerst , lacrimabili - wenend , alta - luid , jubilantes - juichend

 
 

----- RIJMENDE VERZEN IN VOLKSTAAL -

Er zijn fragmenten gevonden van een aantal paasspelen welke als tussenvorm beschouwt kunnen worden. Deze hebben nog veel elementen van de liturgische vieringen maar tevens zijn er veel nieuwe onderdelen bijgekomen. Zij zijn niet meer in het latijn.
Het oudste is "La Sainte Resureccion" (De Heilige Opstanding) in een oud frans dialect uit Normandie. Uit het duitse taalgebied zijn de meeste spelen bewaard gebleven. Rond 1250 het paasspel uit Muri, als regie-rol incompleet terug gevonden in 1840 . Het zijn spelen in, meestal gepaard, rijmende verzen met steeds meer scènes met als bron niet alleen de bijbelse evangeliën. Zo is de invloed van het apocriefeMeer evangelie van NikodemusMeer een bron voor scènes. PilatusMeer over Pontius Pilatus, de Joodse priesters Kajafas en AnnasMeer, de wachters krijgen een inbreng. .Lucifer en zijn duivelse SatansMeer over  duivels spreken hun gal uit bij de hel. Adam en Eva verschijnen als oude zielen. De personages worden levend door een eigen karakter en spreken de taal van hun tijd. In de spelen sluipen ook meer en meer volkse grappen. Passages soms rechtstreeks uit de kluchten (sotternieën) en komedies. De marktkramer komt met zijn olie, zalf en balsem. Vooral deze laatste scène van de zalfkoopman (Mercator) en Robijn (Ruben,Rubin) zorgt in de spelen vaak voor komische situaties. Vast en zeker is Shakespeare, enkele honderden jaren later, geinspireerd door deze spelen toen hij zijn Midzomernachtsdroom schreef. Daarin verschijnt ook, zoals de marskramerscene, een ander stuk in het spel: opkomst van de werklieden, die vervolgens weer, voor Theseus, een toneelstuk opvoeren over Pyramus en Thisbe.are heeft in zijn " Midzomernachtsdroom

 
 

----- VOLKSE PAASSPELEN -

Overal in Duitsland is het in de 14e en 15e eeuw een traditie geworden paasspelen op te voeren. Sommige met nog enkele latijnse liederen. Een gemeenschappelijk kenmerk van deze spelen is het volkse karakter. Allen bevatten komische episodes, vast en zeker als tegemoetkoming aan het publiek. Niet altijd zijn die gedeelten even verheven maar in onze tijd eerder platvloers te noemen.
Enkele goed overgeleverde spelen welke te beschouwen zijn als cultureel erfgoed
zijn :
- Het Weense Paasspel (1472) , oorspronkelijk uit Zuid Silezië
- Erlause Paasspel , waarschijlijk uit Karintië
- Het Paasspel uit Redentin (ca. 1460) , vermoedelijk een kopie van een spel uit Lübeck
- De Paasspelen van Zwickau, Praag, Tours
- en het

 
 

----- THüRINGS of INNSBRUCKS PAASSPEL -

Het handschrift (1391) van het meest uitgebreide en representatieve paasspel bevindt zich in de bibliotheek van Innsbruck. Dit spel werd vermoedelijk al opgevoerd in Schmalkalden bij Erfurt in het duitse Thueringen omstreeks 1330. De andere bovengenoemde paasspelen bevatten niet alle scenes welke in dit Innsbrucker spel wel voorkomen.
Het spel begint, na een lied, met de inleiding door de "Meesterzanger". Deze komt in het spel steeds terug als een soort verteller en spelleider. Voor de verdere korte inhoud zie bovenaan deze paginaNaar korte inhoud
De scène van het zielenvangenNaar korte inhoud, waar Lucifer nieuwe verdoemden laat zoeken, wordt ook standensatire of dodendans genoemd. Deze en ook de andere scènes zijn een bron van inspiratie geworden voor vele kunstvormen.

 

----- OBERUFER SPELEN en de BEWERKING -

Rond 1860 is er een spel ontdekt door Karl Julius Schroër, een onderzoeker van taal en dialecten. In een duitse enclave ergens in de buurt van Bratislava (Pressburg) werden nog spelen vertoond, welke nog in oorspronkelijke vorm vanuit de middeleeuwen overgeleverd waren. Het gaat om een drieluik van spelen rond kerstmis. De taal in dichtvorm getuigt van grote kunstzinnigheid. Ook in de inhoud is een hoge spirituele verhevenheid en schoonheid te vinden. De liederen zijn prachtig . Deze Oberufer spelen worden tegenwoordig over heel de wereld in gepaste vertalingen jaarlijks opgevoerd.
De auteur van de huidige bewerking van het paasspel heeft zelf als acteur zeer vaak, in allerlei rollen, in deze Oberufer spelen mee gespeeld. De sfeer, spiritualiteit, zang, muziek en het bijzondere taalgebruik van de Oberufer spelen is in deze bewerking dan ook zeker terug te vinden. De tekst is een gedicht geworden, verstaanbaar en begrijpbaar in onze tijd. Sommige al te platvoerse passages zijn aangepast. De humor blijft !

 
 

----- SLOTGROET VAN MEESTERZANGER -

 

Ei, ei, Pasen geeft weerom nieuw leven

Eerst wil ik u achtbare nog ons groeten geven

Gaat u koesteren want de zonne rijst aant firmament

Geniet en geloof dat God ons allen zijn genade zendt

 

 

Naar boven

Meer over de
Oberufer spelen

 

Naar boven

Contact

In 2014 wordt het spel waarschijlijk weer opgevoerd

in 's-Hertogenbosch

 

 

Lucifer en duivels
(Ga met muis over foto voor diashow)

Spoedig meer foto's


Het kan zijn dat deze bewerking dan door meerdere gezelschappen zal worden gespeeld.
Zodra dit bekend is wordt het op deze pagina vermeld.

Linken naar webpagina's die naar ons verwijzen

Achtergrond informatie

 

 
Pontius Pilatus
Romeins stadhouder (procurator) over Judea van 26 tot 36 n.C., tijdens wiens bewind Jezus tot de kruisdood is veroordeeld. Pilatus speelde een hoofdrol in het proces tegen Jezus.
Men vindt berichten over hem bij de joodse schrijvers Philo (Legatio ad Gaium) en Josephus Flavius (De Bello Judaico; Antiquitates Iudaicae), daarnaast in een in 1961 te Caesarea gevonden Latijnse inscriptie. Philo citeert de brief van Agrippa I aan de keizer. Over zijn karakter wordt zeer ongunstig geoordeeld; er wordt gesproken over niets ontziende hardheid, gewelddaden, omkoopbaarheid, roofzucht, voortdurende terechtstellingen, wreedheden, enz.
De joodse geschiedschrijver Flavius Josephus beschrijft PP als een beetje stiekem type, die eieren voor zijn geld kiest.
Alle vier de evangelisten verhalen hoe Jezus, na het verhoor door de joodse raad, voor Pilatus verscheen. Zij vermelden hoe deze aarzelde, Jezus als onschuldig zag en Hem trachtte vrij te krijgen. Toen hij werkelijk niet anders kon, vonniste hij Jezus op grond van een politieke aanklacht: Hij noemt zich‘koning der joden' en ieder die zich zelf als koning benoemd , overtreedt de wet van de keizer. Hij gaf echter nadrukkelijk aan dat alleen de joodse leiding hem schuldig bevonden en híj geen schuld vond; hij waste zich de handen (Matt. 27:24). Opschrift op het kruis van Jezus (Johannes 19:19) INRI: Iesus Nazarenus, Rex Iudaeorum ( = Jezus van Nazareth, de koning der joden),
Uit recent onderzoek (Brouns-Wewerinke) komt naar voren dat het Johannesevangelie enerzijds een product is van zorvuldige samenweving van feit en interpretatie, anderzijds bestaat uit harde feiten.
Over PP 'dood zijn allerlei legenden ontstaan. Volgens sommige gegevens zou hij zelfmoord hebben gepleegd, volgens andere zou hij zijn terechtgesteld (door Nero of Tiberius). Enkele tradities laten hem als christen sterven. Zijn vrouw, die hem volgens Matt. 27:19 naar aanleiding van een droom waarschuwde niets tegen Jezus te ondernemen, heet in de legenden Procla of Claudia Procula en is daar een christen. In de Grieks-orthodoxe kerk wordt zij als heilige vereerd.
 
 

Hogepriesters
De hogepriester is in het jodendom de leider van de priesters die de tempeldienst verrichten.
Toen HerodesMeer over Herodes en het middeleeuwse Driekoningenspel de Grote koning van de Joden werd (Herodiaanse periode), kon hij de Hasmoneese combinatie van koningschap en priesterschap niet voortzetten, omdat hij zelf van Idumeese (en dus niet-Joodse) afkomst was. Vanwege de politieke lading en de daarmee verbonden risico's van het hogepriesterschap behield Herodes zich het recht voor hogepriesters te benoemen of af te zetten. Ook zijn opvolgers volgden deze lijn. Daardoor traden er in deze periode zeer veel verschillende hogepriesters op. Sinds de verwoesting van de Tweede Tempel in 70 AD is de functie van de Hogepriester vervallen.
Al deze hogepriesters waren ,volgens Flavius Josephus, zonen van Annas (ook wel Ananus, zoon van Seth), behalve Josef Kajafas (ook Kaifas, Cajafas, Hebr. Chananja), ), die getrouwd was met een dochter van Annas . In het Nieuwe Testament wordt Kajafas als schoonzoon van Annas genoemd (Joh 18:13).
Volgens de Thora was het ambt van hogepriester een benoeming voor het leven (Num 3:10). Annas werd daarom ook nadat hij uit zijn ambt ontheven was nog aangesproken als hogepriester, net als Kajafas (Luc 3:2). Volgens het Evangelie naar Johannes werd Jezus eerst kort door Annas ondervraagd alvorens naar Kajafas gestuurd te worden, alwaar enkele van de Sanhedrin aanwezig waren. Daar vond de eerste rechtszaak tegen Jezus plaats (Mat 26:57-68).
Annas werd in 6 n. Chr. benoemd tot hogepriester door de Romeinse legaat Publius Sulpicius Quirinius meteen nadat Herodes Archelaüs was afgezet en Judea onder direct Romeins bestuur kwam. Hij was de opvolger van Jezus ben Seë. Annas heeft het ambt van hogepriester tien jaar vervuld totdat hij in 15 n. Chr. uit zijn ambt ontheven werd door Valerius Gratus. Zijn opgevolger was Ismaël ben Phiabi.

 
 
Maria's
Salomena,Salomé of Salome aangeduid als de moeder van Johannes de Apostel en Jakobus de Apostel 'de meerdere', ‘de zonen van Zebedeüs’.
De naam Salomé komt twee keer voor in het Nieuwe Testament, in het evangelie van Marcus --"Van een afstand keken ook enkele vrouwen toe, onder wie Maria uit Magdala ,Salome en Maria Jakobena"--.
(Jakobe, Jacobena, Jacobe) Jacobena is een tante van Jezus, de moeder van Joses en Jakobus 'de mindere’ (dwz. ‘de jongere’) Deze laatste wordt voorgesteld als apostel met een knuppel of vollerstang in de handen waarmee hij zou zijn gemarteld.. Hij is wellicht dezelfde als: Jakobus de ‘zoon van Alfëus’
Marcus 16:1: zegt ook : "Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jacobus‘, en Salome geurige olie om hem te balsemen".
Salome wordt ook genoemd in het evangelie van Thomas, logion 61: Salomé zei: - "Mens, wie ben jij? Je hebt je neergezet op mijn rustbed en je eet van mijn tafel, alsof je namens iemand komt. - Jezus zei haar: - Ik kom namens een gelijke. Mij werd gegeven van wat mijns vaders is. - Salomé zei: - Ik ben je leerling".
Deze Salomé is niet dezelfde als de gelijknamige dochter van Herodias, die de dood van Johannes de Doper bewerkstelligde, maar van wie de naam in het Nieuwe Testament niet genoemd wordt.
Maria Magdalena, ook Maria van Magdala genoemd, een door Jezus van bezetenheid genezen vrouw (Luc. 8:2). Zij trok met Jezus mee en was ook aanwezig bij de kruisiging en de graflegging van Jezus . Volgens Joh.was zij de eerste aan wie Jezus zelf na zijn verrijzenis verscheen. Door de identificatie van deze Maria met de zondares uit Luc. door Latijnse kerkvaders, wordt zij in legende en kunst later nogal eens afgebeeld als de boetvaardige zondares. Zij wordt ook weleens gelijkgesteld met Maria van Betanië, de zuster van Lazarus, een voorname, aanzienlijke vrouw en dan afgebeeld met een zalfpot in de hand. Een oosterse traditie lokaliseert haar levenseinde te Efeze, in de omgeving van Johannes de Apostel. Volgens een westerse middeleeuwse legende zou zij met Lazarus naar Zuid-Frankrijk zijn gekomen en in Aix-en-Provence of in Saint-Maximin zijn begraven. Vooral haar cultus te Vézelay, waar men sinds de 11de eeuw beweerde haar relieken te bezitten, heeft de Maria Magdalena-verering in Frankrijk en geheel West-Europa gestimuleerd. Feestdag: 22 juli. 
 
 

Duivels
Lucifer een van de namen die in de christelijke traditie gebruikt zijn voor de vorst van de demonen, voorgesteld als een gevallen engel. De oorsprong van deze benaming ligt in een spotlied op de koning van Babel in het bijbelboek Jesaja, waar deze wordt vergeleken met de uit de hemel gevallen morgenster (Lucifer = lichtdrager, morgenster).Demon, betekende in het Grieks oorspronkelijk godheid; de betekenis zwakte daarna af tot halfgod, goddelijke macht en geest, totdat het woord uiteindelijk de betekenis kreeg van ‘boze geest’

Duivel (Gr.: diabolos, vertaling van het Hebr. satan = lasteraar, kwaadspreker, tweedrachtzaaier), de naam van de figuur die in het Nieuwe Testament Satan en verder Beëlzebul,( Beëlzebub, Belial ) vorst van de demonen, heer van de vliegen, overste der wereld, god van deze eeuw wordt genoemd en daar optreedt als ‘de vijand’, de Boze, de grote tegenstander van God, de verzoeker en aanklager der mensen . Uit de apocriefen komt de opvatting dat de duivel, oorspronkelijk een engel (Serafijn), wegens hoogmoed uit de hemel is gestoten. Satan staat aan het hoofd van een leger van duivels, tracht de vromen verdacht te maken, martelt de verdoemden en poogt zelfs de engelen tot afvalligheid te verleiden .Een van zijn trawanten, Asmodi, belaagt vooral vrouwen . Door de ‘afgunst des duivels’ is ook de dood in de wereld gekomen.
Christus weerstaat de verzoekingen van de duivel.. Zijn optreden, het uitdrijven der demonen, betekent de triomf over de duivel en de boze geesten. De duivel, ‘de grote draak’, ‘de oude slang’, is reeds uit de hemel gevallen . Doch hij is nog machtig en blijft zijn heerschapij op aarde uitoefenen , poogt ‘als engel des lichts’ te verleiden , tweedracht te zaaien, werkt in het optreden van de Antichrist en achter het verraad van Judas. Maar als het Duizendjarig Rijk aanbreekt, dan wordt de duivel gebonden en uiteindelijk wacht hem het ‘eeuwig vuur’.

In de stichtelijke literatuur is dikwijls sprake van de wanhopige strijd van heiligen, monniken en kluizenaars tegen de verleidingen van de duivel. Zijn aanvallen worden afgeslagen door het noemen van de naam van Jezus of van de Heilige Maagd, door het kruisteken, wijwater, gebed of vasten.

De duivel, symbool van het kwaad, is vooral in de vroeg-christelijke en vroeg-middeleeuwse kunst in tal van gedaanten afgebeeld. Dieren (slang, everzwijn, leeuw, raaf, bok, gier, vleermuis) en fabeldieren (aspis, basilisk, draak, griffioen) die op een of andere wijze het kwaad symboliseerden, werden daarom tot personificatie van de duivel. Sedert de 12de eeuw kregen deze dieren, wellicht onder invloed van de mysteriespelen, soms een mensenhoofd dat aan een dier (hert of geit) doet denken. Deze droegen horens, hadden vaak bokkenpoten of klauwen en meestal een staart, soms vleugels (evenals alle gevallen engelen). Het is Jeroen Bosch geweest die de vermenging van dierlijke elementen in de gedaante van de duivel tot het uiterste heeft doorgevoerd.

Ahriman, in de Perzische religie(mazdeïsme) de belichaming van de leugen, de boosheid en de duisternis. Het mazdeïsme ziet het gehele wereldproces als een strijd tussen de ‘goede’ hoofdgod Ahoera Mazda (= Wijze Heer), terzijde gestaan door de zes Amesja spenta's (= Zegenrijke Onsterfelijken), en de ‘slechte’ Ahriman (= Boze Geest) en zijn helpers, die ten slotte met de nederlaag van de laatsten zal eindigen.

Ook nog te vermelden als bekenden uit de wereld van het kwaad:
Leviatan de slang (krokodil), een chaosdier dat ook in de Oegaritische literatuur (Oegarit) vermeld wordt als ‘Lotan, de vluchtende slang, de kronkelende slang, de machtige met de zeven koppen’. In de latere apocalyptische literatuur is de Leviatan een antigoddelijke macht, die in het laatste oordeel vernietigd wordt.
Gog, volgens het visioen van Ezechiël de leider van de antigoddelijke wereldmacht. Hij wordt voorgesteld als de grootvorst van Mesek en Tubal, zuidoostelijk van de Zwarte Zee, en als wonende in het land Magog

 

 

 

 

 

 

 

 

Naar boven

 

Voorgeborchte (limbus, = rand, zoom)
In de rooms-katholieke theologie gebruikte term om de toestand aan te duiden van diegenen die na hun sterven nog niet deel kunnen krijgen aan de hemelse glorie van Christus, maar ook niet in hel of vagevuur verblijven.

Vagevuur ( purgatorium = loutering)
Overgangssituatie waarin de mensen die in vrede met God zijn gestorven, maar nog dagelijkse zonden of tijdelijke zondestraffen hebben uit te boeten, verkeren

Hel (inferno)
Dodenrijk (sjeool) waar gestrafte zondaars na hun dood verblijven en eeuwigdurend kwellingen ondergaan. De strafplaats van duivels en verdoemden ook genaamd Gehenna, d.i. dal van Hinnom.Vaak voorgesteld als de antieke Hades, vanaf de 11de eeuw als de geopende muil van een groot beest. In de 14de eeuw ontstond onder invloed van het dichtwerk van Dante, La Divina Commedia (= De goddelijke comedie), de voorstelling van een kegelvormige krocht waarin op verschillende verdiepingen de zielen worden gepijnigd.

 
 

Apocriefen
Oude Testament
Er is verschil van opvatting en terminologie tussen protestanten en rooms-katholieken. Een groep geschriften worden door rooms-katholieken wel als canoniek erkend, maar door protestanten buiten de canon gesteld. Deze geschriften heten bij de protestanten apocrief, bij de rooms-katholieken deuterocanoniek. Toen de Reformatie de term ‘apocrief’ voor deze groep geschriften had gereserveerd, ging men de overige geschriften rond het Oude Testament als ‘pseudepigrafen’ aanduiden, terwijl de Rooms-Katholieke Kerk deze groep ‘apocriefen’ bleef noemen.
Het zijn een aantal joodse geschriften die niet in de Hebreeuwse bijbel, maar wel in de oude Griekse vertaling zijn overgeleverd (de Septuaginta of Septuagint, afk. v. interpretatio septuaginta virorum = vertaling van de zeventig mannen), De naam is ontleend aan een in de brief van Aristeas overgeleverde legende volgens welke 72 geleerden uit Israël in 72 dagen te Alexandrië het Oude Testament in het Grieks vertaald zouden hebben. Hoewel deze geleerden in afzondering hadden gearbeid, bleken, aldus de legende, de vertalingen volmaakt overeen te stemmen. Kenmerkend voor de Septuaginta is de open canon, waardoor de deuterocanonieke boeken tot de bijbelcanon toegang kregen en via de Vulgaat (of vulgata zijn 400 vertaalde of bewerkte Latijnse bijbeluitgave) mede normatief werden voor de vorming van het kerkelijk dogma. De voornaamste codices zijn de Sinaïticus, Vaticanus en Alexandrinus.
De O.T. apocriefe geschriften volgens protestantse opvatting zijn: a. De boeken Tobia, Judith, Wijsheid van Salomo (Boek der wijsheid), Profetie van Baruch, Brief van Jeremia, 1 en 2 Makkabeeën en de toevoegingen bij Daniël en Ester. Dit zijn de rooms-katholieke deuterocanonieke geschriften; b. 3 (en 4) Makkabeeën, 3 (en 4) Ezra en het Gebed van Manasse.
Apocriefen in rooms-katholieke zin zijn alle overige geschriften, die rond het Oude Testament zijn ontstaan.
De voornaamste zijn: het Boek der Jubileeën, de Testamenten der Twaalf Patriarchen, het Boek Henoch, de Tenhemelopneming van Mozes (Assumptio Mosis), de Hemelvaart van Jesaja, de Psalmen van Salomo, de Apocalyps van Baruch en de Sibillijnse Boeken. Ook later gevonden geschriften, zoals het geschrift van Damascus of het Genesis-Apocryphon van Qumran, worden vaak tot deze geschriften gerekend. Andere geschriften van deze groep zijn geheel verloren gegaan of alleen naar de titel bekend gebleven.

Nieuwe Testament
Er bestaat geen verschil van opvatting tussen protestanten en rooms-katholieken. Van vele apocriefe boeken is ten gevolge van hun verwerping door de Kerk alleen nog maar de titel bekend gebleven. Van andere zijn slechts fragmenten overgeleverd. Enkele van de apocriefen van het Nieuwe Testament stammen nog uit de tijd vóór de afsluiting van de canon. Ze werden in enigszins afgelegen gebieden of afgesloten groeperingen bewaard en ook gebruikt. Van andere is het duidelijk dat ze althans zeer oude overleveringen bevatten. Daarnaast zijn er ook van latere datum, tot soms zeer recente toe, die bijv. tegemoet kwamen aan de behoefte meer te weten over dingen waarover het NT zwijgt of weinig zegt: de kinderjaren van Jezus, het lot van de menselijke ziel na de dood, de avonturen van de apostelen in verre landen, enz. Het vertellende, legendarische en ook het fantastische element is in deze apocriefen veelal sterker dan in het NT zelf.Een moeilijkheid bij de verspreiding van deze verhalen was, dat ze in de tijd van hun ontstaan uiteraard nieuw en onbekend en dus voor kerkelijk gebruik ongeschikt en onaanvaardbaar waren. Daaraan moest veelal deze voorstelling tegemoet komen dat het desbetreffende geschrift wel degelijk oud en van apostolische oorsprong was, maar tot dan toe verborgen (apocrief) was gebleven. Een oud, eerst onlangs ontdekt apocrief boek als het Evangelie van Thomas in het Koptisch, maar ook een veel jonger werk als het Arabische Evangelie van Johannes behoren tot deze categorie.
Voorbeelden zijn
- "Evangelien" - het Evangelie van de Ebionieten, van de Hebreeën, van Petrus, Filippus, Tomas, Mattias; het ‘Apocryphon van Johannes’, het Evangelie der Waarheid; het ‘Protevangelium van Jakobus’; het Evangelie van Maniuit
- "Handelingen van de Apostelen": - bijv. Kerygma van Petrus; de brief van Paulus aan de Laodicenzen; de brieven van Paulus en Seneca; de Handelingen van Johannes, Petrus, Paulus, Andreas, Tomas; de pseudo-Clementijnse literatuur.
- "Openbaringen": - Openbaring van Petrus, van Paulus, van Tomas; christelijke Sibillijnse Boeken
- Overige o.a. - de Oden van Salomo en de Psalmen van Tomas

Oden van Salomo
Een bundel van 42 vroeg-christelijk-gnostische liederen.
Afkomstig uit het begin van de 2de eeuw n.C., geschreven óf in het Grieks óf in het Syrisch, hetzij te Antiochië, hetzij te Edessa. Lange tijd waren zij alleen bekend uit Lactantius die de 19de ode aanhaalt, en uit de Pistis Sophia, waar de oden 1, 5:1–10, 6:8–18, 22 en 25 geciteerd worden. J. Rendel Harris ontdekte in 1909 een Syrisch handschrift waarin van de 42 oden alleen de eerste, de tweede en het begin van de derde ontbraken. In 1959 werd op een papyrus Ode XI in het Grieks aangetroffen.
Centraal is voor de dichter de overgang van onwetendheid naar waarheid, van duisternis naar licht. Christus is degene die uit de wereld van het licht is neergedaald in de wereld van de duisternis en die door de overwinning op de machten van de dood ook de weg terug mogelijk maakt naar het paradijs. De aarde, hoewel afkomstig van God, is vol duisternis. De auteur kent wel een verlossing uit de wereld, maar niet van de wereld. Typisch voor de Oden van Salomo is ook dat de verloste mens gelijk wordt aan zijn verlosser. De oden vertonen joodse invloed, in mindere mate ook invloed van de Johanneïsche geschriften, alsmede verwantschap met de geschriften van Qumran, het Evangelie van de Waarheid en de gnostiek.

Dode-Zee rollen
Gangbare benaming voor de handschriften die sinds 1947 aan de westzijde van de Dode Zee zijn gevonden, te dateren tussen de 2de eeuw v.C. en de 2de eeuw n.C. De eerste (toevallige) ontdekking omvatte zeven manuscripten met o.a. een complete tekst van Jesaja. Hierna werden honderden kleine fragmenten gevonden, een document over de priesterlijke en koninklijke Messias die men verwachtte, koperen rollen met een beschrijving van plaatsen waar grote schatten verborgen zouden zijn en fragmenten van de apocriefe en pseudepigrafische literatuur. Al het materiaal wordt bewaard in een speciaal hiervoor te Jeruzalem gebouwd museum, Hechal Ha-sefer (= Heiligdom van het Boek).
De teksten van de oudtestamentische handschriften zijn van groot belang voor de kennis over het ontstaan van de tekst van het Oude Testament. De Dode-Zeerollen hebben aanleiding gegeven tot discussie o.a. over een eventuele relatie tussen de sekte van Qumran en figuren die voorkomen in het Nieuwe Testament, zoals Jezus en Johannes de Doper.

Nag Hammadi
Plaats in Egypte, op de linker Nijloever, ca. 100 km stroomafwaarts van Luxor. Rond 1946 werd er bij toeval een vondst gedaan, bestaande uit dertien boeken (codices) in de Koptische taal, daterend uit de 4de eeuw n.C. De bladzijden bestaan uit papyrus en de boeken zijn in leren banden gebonden. Het dialect varieert tussen Sahidisch en Subachmimisch. De codices bevinden zich in het Koptisch Museum te Caïro. Elk boek bestaat uit verscheidene geschriften, die voor een groot deel een titel dragen. Het totaal aantal geschriften bedraagt 51. Het oorspronkelijke aantal bladzijden was 1068 en waarschijnlijk meer. Het aantal bewaard gebleven bladzijden (sommige zeer lacuneus) is 1014. Codex I, de zgn. Codex Jung, vertegenwoordigt vrijwel geheel de gnostische school van Valentinus, andere geschriften behoren tot het hermetisme, maar ook andere wijsgerige of populair-wijsgerige stromingen zijn vertegenwoordigd, zoals het platonisme en de Stoa . De inhoud van de codices is van belang, omdat deze inlichtingen verschaft omtrent geestelijke stromingen die door de oude kerk als ‘ketters’ werden afgewezen en die tot nu toe slechts bekend waren uit de bestrijding van apologeten en kerkvaders

 
 
Nikodemus
Nikodemus (ook Nicodemus; Grieks Hebreeuws Nakdimon ) was een Farizeeër en een lid van de Sanhedrin .die heimelijk lessen volgde bij Jezus
Hij gaf zijn steun aan Jezus Christus. Nikodemus wordt drie keer genoemd in het Evangelie naar Johannes. Er bestaat ook een apocrief boek: het Evangelie naar Nikodemus (Acta Pilati), waarin hij de vraag van Pilatus beschrijft. Dit "Evangelium Nicodemi" is de voornaamste bron van de nederdalingsscène ( Descensus ad Infernos, Hades ). Nikodemus is ook een heilige van de Rooms-Katholieke Kerk en de Oosters-Orthodoxe Kerken. De naamdag van Nikodemus wordt in de Rooms-Katholieke Kerk gevierd op 3 augustus, en in de Oosters-Orthodoxe Kerk op verschillende dagen, de derde zondag na Pascha, of op 2 augustus, de dag waarop de relikwieën van Nikodemus, Stefanus en Gamaliël gevonden zouden zijn. 
 
 
Ziel
In het Griekse denken levensbeginsel. Sinds Plato opgevat als een immateriële substantie, onafhankelijk van het lichaam en onsterfelijk.
Over de antieke volken kan in het algemeen gezegd worden dat zij er niet een psychologie, in de zin van een leer over de ziel, maar eerder een godsdienstige antropologie op na houden. Lichaam en ziel vormen voor hen een eenheid; het lichaam is bezield. Hetzelfde geldt voor de bijbelse, zowel de oud- als de nieuwtestamentische, antropologie. Soms vat men de ‘ziel’ op als een kracht die over het gehele lichaam verspreid ligt en die speciaal gezeteld is in het haar, de nagels, het bloed, de adem. Vaak kent men een aantal ‘zielen’, bijv. in oud-Egypte, waar men de ba, de ka, de schaduw als zielewezens onderscheidde. Soms ook gelooft men dat de ‘ziel’ zich voor korte of langere tijd buiten het lichaam kan ophouden (external soul). Interessant is de Oud-Perzische opvatting over het wezen van de mens; hierin onderscheidt men: het lichaam, het leven, de gestalte, waarneming en intellect, de ziel, het geestelijk oerwezen. Dit laatste element is het belangrijkst, want dit oerwezen is in staat de goede keuze voor de waarheid te doen, de keuze waartoe Zarathoestra zijn volgelingen opriep. Ten aanzien van de brahmanistische en boeddhistische leer van de reïncarnatie is de vraag wat wedergeboren wordt: is dit de‘ziel’ van de mens . Dit geldt vooral voor het boeddhisme, dat het bestaan van een ik ontkent.
In christelijke kringen heeft men getwist over de vraag of de oorsprong van de ziel door God bepaald is op het moment van de ontvangenis, dan wel door voortplanting uit de ouder wordt ontvangen (traducianisme).
Uit een sterk geloof in de zelfstandigheid van de ziel volgt vanzelfsprekend de overtuiging dat de ziel onsterfelijk is.
 
 

Verrijzenis of Opstanding
Begrip dat in de bijbel op tal van plaatsen voorkomt in verband met de verrijzenis van de doden en de verrijzenis van Jezus Christus.In het Nieuwe Testament behoort de verrijzenis tot het centrum van de prediking. Over de verrijzenis van Jezus berichten verschillende verhalen in de laatste hoofdstukken van de evangeliën en ook teksten in Handelingen en de brieven (m.n. 1 Kor.). Deze uiteenlopende berichten spreken vooral over het lege graf en verschillende verschijningen van de opgestane Heer. In al deze gegevens heeft men naar de bedoeling van het Nieuwe Testament te doen met een machtig ingrijpen van God en een teken van het aangebroken-zijn van een nieuwe wereld waarin de dood in beginsel overwonnen is.
De verrijzenis van de doden is met die van Jezus Christus nauw verbonden. Christus is de eersteling uit de doden en degenen die bij Hem behoren, zullen mét Hem opstaan (1 Kor. 15). Over het 'hoe' van deze verrijzenis spreekt het Nieuwe Testament slechts in aanduidingen. Het geloof in de verrijzenis dient duidelijk onderscheiden te worden van het geloof in de onsterfelijkheid van de ziel.

 
 
 Pasen
Christelijk feest ter herdenking van de Verrijzenis van Jezus. Het hoogfeest is in het christendom het feest van de overwinning over de machten van de dood en de zonde.
De oorsprong van de christelijke paasviering ligt in de joodse liturgie, die na een lange ontwikkeling (waarin twee tradities samenvloeien, die van de ongedesemde broden en die van het slachten van het lam) uitdrukkelijk wordt geconcentreerd op de herdenking van de bevrijding uit Egypte, van de tocht door het water en de woestijn naar het beloofde land. De herdenking van Gods grote daden voedt het geloof en de hoop op de toekomst ( Pesach).
De christelijke paasviering herdenkt dezelfde geschiedenis van God en zijn volk, maar nu vooral in de persoon van Jezus, die het nieuwe paaslam werd. De christelijke paasviering was zeker in de na-apostolische tijd in het Oosten en in het Westen bekend, zoals blijkt uit de berichten over de zgn. paasstrijd in de 2de eeuw.
Triduum Sacrum: Goede Vrijdag (lijden en sterven), Paaszaterdag (grafrust) en paaszondag, vormden na de kerkvrede (Edict van Milaan (313), één geheel.
De paaswake was een samenvatting van deze drie dagen, vooral toegepast op degenen die gedoopt werden. In deze tijd werd de paaszondag de blijde afsluiting van het Triduum, het hoogtepunt van het kerkelijk jaar. Men vindt deze opvatting van het Paasfeest in vele geschriften, o.a. in sommige preken van Augustinus en van paus Leo de Grote.
In de Latijnse ritus vanaf de middeleeuwen tot in de moderne tijd werd de paaszondag geïsoleerd van de voorafgaande dagen. Nu omvatte het zgn. Triduum; Witte Donderdag, Goede Vrijdag en Paaszaterdag, en werd een voorbereiding op de Paaszondag. De nachtwake (paaswake) werd van de nacht verschoven naar de Paaszaterdagmorgen of -middag. Men verloor de eenheid van het paasmysterie uit het oog, alhoewel men de oude teksten meestal handhaafde.
In 1955 is de liturgie van de Goede Week op basis van historische gegevens herzien. Belangrijker nog was het resultaat van het Tweede Vaticaans Concilie, dat in zijn Constitutie over de Liturgie het mysterie van Pasen het fundament noemt voor elke liturgische viering en dat tegelijk een gehele herziening van de paasliturgie in het vooruitzicht stelde. Dit werk is in 1970 voltooid met het verschijnen van het nieuwe Missale Romanum.
Ook in de protestantse kerken heeft de liturgische beweging nieuwe initiatieven met betrekking tot de paasviering ontwikkeld en gestimuleerd.
Naar boven

In 2014 wordt het spel waarschijnlijk weer opgevoerd

in 's-Hertogenbosch

 

Contact